Beleggingsbeleid
Als levensverzekeraar houdt Facultatieve Verzekeringen ‘technische reserves’ aan, zodat zij in staat is ook in de verre toekomst aan al haar verplichtingen ten opzichte van de verzekerden te voldoen. Ontvangen premies worden voor een zeer groot deel belegd.
De kern van dit beleid is dat Facultatieve Verzekeringen te allen tijde in staat is na een overlijden uit te kunnen keren.
De beleggingen zijn, op basis van heldere afspraken, uitbesteed aan een grote Nederlandse vermogensbeheerder met een goede reputatie. Maandelijks ontvangt Facultatieve Verzekeringen een rapportage van de vermogensbeheerder over de ontwikkeling van de beleggingen, die bovendien nog wordt vergeleken met een vooraf afgesproken meetlat (‘benchmark’). Een beleggingscommissie van Facultatieve Verzekeringen, onder voorzitterschap van de directie, spreekt minimaal zes keer per jaar de ontwikkeling van de beleggingen en de te varen koers met de vermogensbeheerder door. De vermogensbeheerder wordt hierbij tevens ondersteund door specialisten op het gebied van rente- en valuta ontwikkeling.
Facultatieve Verzekeringen belegt grotendeels (47 tot 78%) in vastrentende leningen (‘obligaties’). Deze zijn allen goed verhandelbaar op de beurs en zijn voor minimaal 75% belegd in Eerste Klas Debiteuren (‘Investment Grade’), zoals de Nederlandse Overheid. De overige 25% geeft ruimte voor leningen met een iets hogere risicograad, bijvoorbeeld leningen aan bedrijven. Echter: ook hier is het gemiddelde van deze beleggingen nog steeds ‘Investment Grade’ en is de lat hoog gelegd ten aanzien van de minimale kwaliteit van iedere individuele obligatie. Al deze vastrentende beleggingen moeten in euro’s zijn om valuta risico volledig uit te sluiten.
Om de kans op een hoger rendement te vergroten en ook bepaalde risico’s te verminderen wordt ook belegd in Aandelen (20 – 35%). Deze aandelen zijn – om risico’s zo veel mogelijk te beperken- wereldwijd gespreid over alle sectoren en landen, waarbij als meetlat de zeer bekende ‘MSCI World Index’ geldt, die de Top 1500 bedrijven van de wereld omvat. Van deze meetlat mag slechts zeer beperkt worden afgeweken. Ook dit is gedaan om individuele beleggingsrisico’s te spreiden en te beperken. Wel is Europa naar verhouding iets zwaarder vertegenwoordigd in deze beleggingen, waardoor het valuta risico verder wordt beperkt.
Naast deze beide belangrijke categorieën van beleggingen wordt er tevens belegd in onroerend goed (0-10%), in deelnemingen in bedrijven (0 – 10%) en in liquiditeiten (0 – 10%).
|